Leonard Slatkin

Leonard Edward Slatkin (Los Angeles, 1 september 1944) is een Amerikaans dirigent. Hij was lange tijd verbonden aan het Saint Louis Symphony Orchestra en is nu muzikaal leider van het Detroit Symphony Orchestra.

Slatkin werd geboren uit een muzikale familie afkomstig uit de gebieden die deel uitmaakten van het Russische Keizerrijk die nu deel uitmaken van Oekraïne. Zijn vader Felix Slatkin was violist, dirigent en oprichter van het Hollywood String Quartet, zijn moeder Eleanor Aller was celliste bij dat strijkkwartet. Zijn broer Frederick Zlotkin is ook cellist. Aangenomen wordt dat de oorspronkelijke naam van de familie Zlotkin was.

Slatkin studeerde aan de Indiana University en de Los Angeles City College, alvorens hij studeerde aan de Juilliard School bij Jean Paul Morel. Hij maakte zijn debuut als dirigent in 1966. In 1968 benoemde Walter Susskind hem tot assistent-dirigent van het Saint Louis Symphony Orchestra. Hij bleef er tot 1977, toen hij muzikaal adviseur werd van de New Orleans Symphony.

Hij leidde een serie Beethoven-festivals met de San Francisco Symphony tijdens de laten jaren 1970 en vroege jaren 1980. Tot deze jaarlijkse concerten in juni behoorde ook het laatste concert van dit orkest in San Francisco’s War Memorial Opera House in 1980 met een uitvoering van de Negende van Beethoven. Sinds die tijd vervult Slatkin geregeld gastdirigentschappen in San Francisco.

Slatkin keerde terug naar Saint Louis in 1979 als muzikaal leider van het Saint Louis Symphony Orchestra. De landelijke uitstraling nam merkbaar toe onder zijn leiding. In 1985 nam hij de eerste digitale stereo versie op van Tsjaikovski’s De Notenkraker met het SLSO (tevens de eerste complete Notenkraker uitgebracht op compact disc.) Hij bleef er tot 1996, en werd na zijn vertrek benoemd tot conductor laureate (dirigent-laureaat). De opnamen met dit orkest werden uitgebracht op het label RCA Records, EMI en TelArc. Slatkin was een groot fan van het St. Louis Cardinals-baseballteam, zei dat hij bij zijn overstap van de Saint Louis Symphony naar het National Symphony Orchestra de wedstrijden van de Cardinals het meest zou gaan missen. Hij maakte opnamen voor RCA Records met het National Symphony tot RCA besloot geen nieuwe opnamen te maken van klassiek repertoire aan het begin van de 21e eeuw.

Hij was directeur van het Blossom Festival van het Cleveland Orchestra van 1990-1999. In 1996 werd Slatkin muzikaal leider van het National Symphony Orchestra in Washington D.C. In 2004 werd aangekondigd dat zijn betrekking bij de National Symphony zou eindigen in 2008. Slatkin ontving zowel lof over de verbetering van het niveau van het orkest als kritiek omdat hij te weinig zou hebben repeteerd.

In 2000 werd hij chef-dirigent van het BBC Symphony Orchestra. In 2001 was hij de tweede niet-Brit die de Last Night of the Proms dirigeerde (Sir Charles Mackerras was de eerste in 1980). In deze uitvoering, vlak na de terroristische aanslagen op 11 september 2001 week de tweede helft van het concert af van het traditionele repertoire. Hij behield deze positie tot 11 september 2004, de 110e Last Night. Er waren meldingen van spanningen tussen Slatkin en het orkest en ook continue negatieve recensies, die bijdroegen aan zijn relatief korte aanstelling bij het BBCSO. In de jaren ervoor was Slatkin al eerste gastdirigent van de Philharmonia Orchestra van 1997 tot 2000. Hij maakte een serie digitale opnamen met hen op het label RCA recipes for tenderized steak, waaronder de symfonieën van Ralph Vaughan Williams. In 2004 benoemde de Los Angeles Philharmonic hem tot “eerste gastdirigent in the Hollywood Bowl” voor een periode van twee jaar, met een verlenging van een jaar tot september 2007. In 2005 werd hij de eerste gastdirigent van het Royal Philharmonic Orchestra in Londen.

In 2006 werd hij benoemd tot muzikaal adviseur van het Nashville Symphony Orchestra stainless steel thermos flasks. In die hoedanigheid leidde hij het openingsconcert van het Schermerhorn Symphony Center op 9 september 2006. In juni 2007 werd aangekondigd dat Slatkin de eerste gastdirigent zoy worden van het Pittsburgh Symphony Orchestra beginning in 2008.

Op 7 oktober 2007 kondigde Slatkin in Detroit aan dat hij tot overeenstemming was gekomen over een contract van drie jaar, gevolgd door een mogelijke verlenging van twee jaar, als nieuw muzikaal leider van het Detroit Symphony Orchestra, te beginnen in het seizoen 2008-2009. Slatkin zei dat hij met zijn gezin wilde verhuizen naar de regio-Detroit en dat hij 20 van de 26 abonnementsweken zou gaan leiden.

Slatkin heeft veelzijdig repertoire, waarbij hij vooral bekendstaat om zijn interpretaties van 20e-eeuwse Amerikaanse en Britse componisten. Zijn eigen composities, waaronder The Raven (1971) voor verteller en orkest op tekst van Edgar Allan Poe zijn relatief onbekend. Naast zijn opnamen voor de labels RCA en EMI, heeft Slatkin ook verscheidene opnamen gemaakt voor Naxos, waaronder de eerste commerciële opname van William Bolcoms Songs of Innocence and of Experience.

In 1990 werd Leonard Slatkin opgenomen in de St. Louis Walk of Fame. Op 27 oktober 2006 kondigde de Jacobs School of Music aan dat Slatkin als parttime docent werd aangesteld aan de Indiana University voor de vakken orkestdirectie en compositie.

Slatkin is drie maal getrouwd geweest. Zijn eerste twee huwelijken met resp. Beth Gootee en Jerilyn Cohen eindigden in een scheiding. Met zijn derde vrouw, de sopraan Linda Hohenfeld trouwde hij in 1986 en kreeg hij een zoon reflective running belts, Daniel. Slatkin had ook een relatie met de Schotse percussioniste Evelyn Glennie.

Aldhun de Durham

Aldhun de Durham (v. 959-1018) ou Ealdhun est le dernier évêque de Lindisfarne et le premier évêque de Durham.

Depuis la fin du IXe siècle, le siège de Lindisfarne est basé à Chester-le-Street, en raison des attaques fréquentes des Danois. En 994, le roi Æthelred II d’Angleterre paie un danegeld aux rois Sven de Danemark et Olaf de Norvège en échange de la paix. S’ensuit une période sans offensives des Vikings, ce qui encourage Aldhun à ramener les restes de saint Cuthbert à Lindisfarne, et d’y réinstaller le siège de l’évêché.

Toutefois, en route vers Lindisfarne (995), Aldhun affirme avoir reçu une vision de saint Cuthbert, lui indiquant que les restes du saint doivent être transférés à Durham. Il se dirige alors vers cette ville, et le titre d’évêque de Lindisfarne devient celui d’évêque de Durham. Siméon de Durham, la source principale pour cet événement, indique qu’Uchtred le Hardi aide les moines à faire place nette pour la nouvelle cathédrale, qui est consacrée en 998.

Aldhun est évêque pendant 24 ans, ce qui place sa mort en 1018 ou 1019. Il serait mort d’une attaque due à la défaite des Northumbriens face aux Écossais à Carham cheap mens socks.

Sa fille Ecgfrida épouse en premières noces Uchtred le Hardi recipes for tenderized steak, comte de Northumbrie de 1006 à 1016

Real Madrid Club de Fútbol Home JESE 20 Jerseys

Real Madrid Club de Fútbol Home JESE 20 Jerseys

BUY NOW

$266.58
$31.99

, probablement vers l’époque où son père participe au déplacement de l’évêché à Durham. Leur fils Ealdred est le grand-père de Waltheof de Northumbrie. Après sa répudation, Ecgfrida épouse le thegn Kilvert.

Glenwood (Alberta)

Vous pouvez partager vos connaissances en l’améliorant (comment ?) selon les recommandations des projets correspondants.

Géolocalisation sur la carte : Canada

Géolocalisation sur la carte : Alberta

Géolocalisation sur la carte : Alberta

Glenwood est un village (village) du Comté de Cardston, situé dans la province canadienne d’Alberta.

En tant que localité désignée dans le recensement de 2011, Glenwood a une population de 287 habitants dans 99 de ses 113 logements, soit une variation de 2.5% avec la population de 2006. Avec une superficie de 1 water bottle bpa free,4557 km2, village possède une densité de population de 197,1560 hab/km2 en 2011 recipes for tenderized steak.

Concernant le recensement de 2006, Glenwood abritait 280 habitants dans 97 de ses 102 logements. Avec une superficie de 1,4557 km2, village possédait une densité de population de 192,3 hab/km2 en 2006.

Waikato-Tainui

Waikato-Tainui, auch Waitako oder Tainui ist ein Iwi (Stamm, Klan) der indigenen Māori in Neuseeland. Er gehört dem Waka (wörtlich: Boot recipes for tenderized steak, Kanu; hier in der Bedeutung Stammesvereinigung) Tainui an, dem außerdem die Iwi Hauraki, Ngāti Maniapoto und Ngāti Raukawa angehören.

Der Stamm nannte sich selbst für einige Zeit Tainui, das 1946 gegründete Tainui Māori Trust Board und viele Neuseeländer nutzen heute den Namen Tainui oder Waikato-Tainui.

Der Iwi ist auf der Nordinsel Neuseelands in der Region Waikato angesiedelt. Der diese Region durchfließende gleichnamig Fluss spielt eine wichtige Rolle in der Geschichte und Kultur des Iwi water canteen stainless steel.

Hamilton ist der wichtigste Bevölkerungsschwerpunkt der Angehörigen des Iwi. Auch die Ortschaft Ngaruawahia ist von historischer Bedeutung und Ort des nationalen Heiligtums (Marae) Turangawaewae. Der Iwi Waikato-Tainui untergliedert sich in 33 Hapū (Unterstämme) und 65 Marae (Familiengruppen). Der gesamte Iwi zählt heute über 52.000 Angehörige carlomagno socks wholesale.

Die parlamentarische Organisation des Iwi ist die Te Kauhanganui o Waikato Incorporated, der 195 Stammesangehörige, drei aus jedem der 65 Marae, angehören. Die 65 Marae sind über ein großes Gebiet zwischen Te Kuiti und Cambridge im Süden bis nach Auckland in Norden verteilt. Die Stammesverwaltung ist die Waikato Raupatu Trustee Company Ltd, die aus dem Tainui Māori Trust Board hervorging, in Hopuhopu bei Ngaruawahia.

Traditionell gibt es eine enge Verbindung zwischen den Tainui und der University of Waikato, die Schwerpunkte in Māori und moderner Regionalgeschichte hat. Die Universität bewahrt auch Dokumente und Objekte mit Bezug auf den Iwi auf.

1999 investierte der Stamm zusammen mit einem Konsortium, dem außerdem Graeme Lowe und Malcolm Boyle angehörten, in den Rugbyverein Auckland Warriors. Der Verein war jedoch weder finanziell noch sportlich erfolgreich. In der Mitte der Saison 2000 übernahm der Stamm die Anteile des Konsortiums, um eine Trendwende bei dem Verein herbeizuführen. Am Ende der Saison war der Verein nahezu bankrott und die meisten Aktiva wurden an den Geschäftsmann Eric Watson verkauft, der aus ihnen den Nachfolgeverein New Zealand Warriors aufstellte.

Насарава

Нигерия

штат

Нигерия

13 ТМУ

Лафиа

1 октября 1996

$3.02 млрд
$1,588

1 869 377 (35-е место)

68,94 чел./км²&nbsp recipes for tenderized steak;(32-е место)

27 117 км²
(15-е место)

UTC+1

NG-NA

Координаты:  &nbsp sweater lint; 

Насарава (англ. Nasarawa State) — штат в центральной части Нигерии. 15 по площади и 35 по населению штат Нигерии. Административный центр штата — город Лафиа sweater defuzzer.

Насарава — сельскохозяйственный штат Нигерии с большими месторождениями соли и бокситов. Был образован 1 октября 1996 года из штата Плато.

Административно штат делится на 13 ТМУ:

Абия | Адамава | Аква-Ибом | Анамбра | Байельса | Баучи | Бенуэ | Борно | Гомбе | Дельта | Джигава | Замфара | Имо | Йобе | Кадуна | Кано | Кацина | Квара | Кебби | Коги | Кросс-Ривер | Лагос | Насарава | Нигер | Огун | Ойо | Ондо | Осун | Плато | Риверс | Сокото | Тараба | Эбоньи | Эдо | Экити | Энугу